Van koopkracht naar levenskracht 

 

§ 1.  Optie a configureren op hoofdlijnen

Oké we drijven naar een patstelling van jewelste.

  • Aan de ene kant laat het klimaat zien dat het geen ton CO2 extra meer kan verdragen zonder door het lint te gaan, hetgeen zou impliceren dat we eigenlijk accuut het mondiaal produceren, transporteren, en verplaatsen zouden moeten minimaliseren;
  • Aan de andere kant laat de westerse mens zien dat  ie zich de broek van zijn reet zal vechten om zijn mondiale koopkracht op het huidige peil te houden.

Wat nu?
In de buurt van Calais ligt een stadje met enorm veel werklozen omdat Arcelor-Mittal daar fabrieken heeft gesloten. Een Franse burgemeester heeft veel macht, en dit exemplaar benut die macht als volgt.

  • Zijn slagzin: geen koopkracht maar levenskracht.
  • Zijn filosofie: autonomie en zelfstandigheid.
  • Zijn daden: de stad kocht landbouwgrond en gaf die in pacht aan biologische boeren, er worden steeds meer fietspaden door de stad aangelegd, wijken worden vergroend, overal worden groentetuinen ingericht en uitgegeven, en er zijn ateliers gesticht om mensen zelf dingen te leren maken.

Kijk, dat bedoel ik nou! Zoiets doet de sfeer opklaren. Niet alleen rond de onmachtgevoelens over de klimaatontregeling, maar ook rond de patstelling tussen het ecologische en het sociale.
Momenteel is er toenemend belangstelling voor om die weg massaler in te slaan. Over een circulaire economie wordt heel veel geopperd momenteel, en daarmee krijgt ook het lokale een boost omdat veel gemeenten en steden wereldwijd als een haas klimaatplannen aan het ontwikkelen zijn.
Toch zitten er aan die weg van 'meer autonoom toegang geven tot de lokaal aanwezige middelen van bestaan', heel veel haken en ogen. Booby-traps ook. Die ga ik in dit artikel zoveel mogelijk aanraken en aftasten, om te bepalen via welke truc ze geneutraliseerd kunnen worden. There must be some way out of here!

De hoofdambitie is natuurlijk dat we willen blijven leven. Dat zou toch niet onhandig zijn, nietwaar? Welnu, dan moeten we binnen zeer korte tijd (3 à 5 jaar) naar een bijna uitstootloze economie. Dus moeten we de processen waarmee we onze primaire levensbehoeften -- zoals voedsel, woningen, vervoer, zorg, afleiding, cultuur --  vervullen, totaal anders inrichten. Ook stabieler inrichten dan nu. De voortdurende innovatie moet eruit. En het transport natuurlijk. 
Dus we moeten streven naar lokaal produceren en gebruiken.
Kate Raworth zegt het moeilijker: "De primaire processen moeten circulair, regeneratief, en lokaal worden ingericht". Circulair en regeneratief opdat het zo weinig mogelijk nieuw materiaal en energie hoeft op te nemen om draaiende te blijven. Lokale en dus korte, kleine cirkels zodat er bijna geen verpakking, koeling, transport, en bewaring nodig is. En lokaal om bestuur, communicatie, en extern brongebruik te minimaliseren, en intern brongebruik – dat wat ter plekke aanwezig is of van boven binnenkomt – te maximaliseren.

Het is maar een schets, maar dit is ongeveer wel de enig nog haalbare richting om een kettingreactie van catastrophale klimaatontwikkelingen te voorkomen. Toch ontstaan er rond deze opzet in hoofdlijnen al meteen hele grote meningsverschillen.

Want dan zegt de elite -- iedereen die van transacties leeft, ook de vakbonden, zitten op die lijn -- : "Dat wil de mens niet. Die wil gemak, efficientie, en dan de wereld ontdekken. De mens wil gewoon steeds meer. Dat is vrijheidsdrang, dat is aangeboren!!" .
En kaats ik gelijk terug: "Die wil in de eerste plaats bevrediging van essentiële levensbehoeften op een manier dat ie er genoeg van krijgt".
In die laatste bijzin schuilt het geheim van ons leven.

Laat me uitleggen hoe dat geheim toenemend is ondergesneeuwd en weggeglipt uit ons blikveld, en uit ons aanwezig-zijn bij ons zelf. We hebben met energie de laatste decennia niet anders gedaan dan onze spieren ontlast. Ze teruggetrokken van het aangrijpen en manipuleren van situaties. We hebben van die situaties afstand genomen, ze ook opgeschaald, en met hendels, knoppen, toetsen, veegjes, oogbewegingen, geluidjes bedienbaar gemaakt. Er gebeurt wat we willen. We kunnen er nu meer van aan, kunnen er veel meer passeren, maar er in opgaan, mee verblijven door dik en door dun, doen we haast niet meer. We krijgen geen stroom meer. Want we hebben haast om middels een steeds maar uitbreidend arsenaal aan door energie aangedreven middelen naar een deel van de aanwezige koek te graaien.
Over die stroom wil ik het hebben. Het is de crux van ons configuratie-probleem. De transactionisten zeggen eigenlijk: je krijgt die lokale configuratie nooit stabiel want dat druist in tegen de menselijke vrijheidsdrang; dat wordt een gevangenis, de mens onwaardig. Het lijkt of ze gelijk hebben, maar ze zien over het hoofd dat als je in de lokale wisselwerkingsmodus een iets andere carburateur plaatst, het geheim van het leven ervoor gaat zorgen dat dat lokale kan lopen als een tiet zonder zichzelf in de soep te draaien.

Ik schreef over dat geheim een boek. Het komt in het kort hier op neer:
De mens heeft een geheim. Maar dit geheim hoef je niet te kennen om het toe te kunnen passen. Heel veel mensen gebruiken het zonder te weten wat het is of hoe het werkt. Dat is geen ramp. Veel erger is dat er ook velen zijn die het kennen maar er nooit achterkomen wat het is noch hoe het werkt.

Waar draait het om?
Een mens is een open ding. Stoffen en indrukken gaan erin, stoffen en handelingen komen er uit. De doorloopsnelheid van dat alles is kritisch. Het moet niet te hard gaan, en het mag niet te langzaam gaan. Het lichaam moet topsnelheden aankunnen, en ook bij weinig input of afsluiting de dag doorkomen.
Goed, een hoofdprobleem is dus “maat vinden en houden”. Hoe hard draait de machine? Iedereen worstelt er mee. Voor jezelf vaststellen wat je nodig hebt, of je niet teveel inneemt, te lang iets doet, te kort rust neemt. Ook sociaal is het een belangrijk onderwerp bij het putten uit dezelfde bron of omgeving, want wie van ons neemt chronisch te veel, en wie krijgt chronisch te weinig.

Je zou zeggen, het zal een hoofdonderwerp in de pedagogiek, psychologie en psychiatrie zijn. Toch is dat niet zo. Wetenschappers hebben het geheim nauwelijks in de gaten, want behoren tot de categorie die haar wel kunnen kennen, maar slecht staan opgesteld om er mee om te gaan. De ratio wil het lijfelijke wel oprekken, maar niet zich eraan koppelen of onderwerpen. Ook werkt mee dat ze niet veel belang hebben bij de ontwikkeling van het maatgevoel van mensen, want problemen oplossen is hun brood. De wetenschap leeft van de onmaat die door hun bazen wordt geëxploiteerd..Dat is hun brood. Dus daar is nooit genoeg van. 

§ 2.  Optie a configureren op genoeg

Oké, genoeg geheimtaal. Waar draait het om.
Mijn opa molk 20 koeien vlak bij de Noordzee. In de staltijd kalfden die koeien. Elk kalf ging na drie dagen bij de moeder vandaan naar de kalverenstal. Dat was een dicht hok die tegen een brede vaart aan stond. De kalveren liepen los in dat dichte hok rond. Oma gaf ze twee maal per dag allemaal individueel 3 liter koemelk, en gooide er elke keer een baal hooi tussen. Genoeg input dus om te groeien. In dat hok dan zogezegd. Want nu komt het!!
De voorouders van Opa waren zich bewust van het feit dat wilden die kalveren in leven blijven buiten dat hok in de weilanden die allemaal omgeven waren door diepe sloten, vaarten, en zee inhammen, dat ze dan nog iets heel essentieels binnen moesten krijgen nl. gevoel voor water. Tja hoe doe je dat? Heel eenvoudig, door een deur te construeren tussen dat hok en die vaart, en dan op het moment van aanbreken van de weide-tijd al die kalveren die vaart in te gooien. Ik heb dat een paar keer meegemaakt. Hoe ze allemaal briesend en gillend uit die modder tegen de steile overkant probeerden te klimmen, wanhopig terugglijdend, soms half opgevend, dan weer proberend de ene poot voor de ander omhoog te krijgen, en dan tenslotte wankel smerig en zijknat zich aan de andere kant stonden uit te schudden, elkaars walgelijke stank stonden te beruiken.
Maar één ding was zeker. Geen enkel kalf raakte ooit meer te water bij mijn grootouders. Als ze de slootkant in moesten om te drinken, riep de zwarte gloed zoveel afkeer-gevoel uit hun geheugen bij hen op en voor hun ogen, dat ze uiterst voorzichtig hun handelingen bepaalden en met zeer veel maat hun slokjes namen. Voilà, maat.

Alleen waar je rond wanhoopt, ga je van houden, ontwikkel je gevoel rondom. Onweerstaanbaar. Je hoeft, en kunt het niet bedenken; Het werkt als een scheet. Maar deze ruikt niet, doch richt je gedachten, geeft je stuur en richting. Het is de carburateur van het denken, en niet de stoorzender zoals vrij vaak beweerd wordt.
Drie essentiele voorwaarden om het op te lopen:

  • Blootstelling: Er moeten indrukken zijn. De omgeving moet bandbreedte hebben.
  • Laat je toe? Laat je de indrukken toe, of houd je ze af?
  • Mag het? Mag je je geraakt voelen; mag voelen?

Er is veel over gefilosofeerd. Ook in de economie. Waarom en wanneer heeft iemand genoeg? Eigenlijk onnodig want we zien overal om ons heen hoe het mensen lukt zich in tal van situaties te beperken, hoe ze hun tax vinden in de omgang met iets (sex, drinken, werken, partners, vrienden, uitgaan, kopen, sporten, eten, surfen). Maar toch: waar komt die beperking vandaan, als die komt, en waarom blijven sommigen door expanderen, en anderen niet?

De makke is dat niemand ooit doordringt tot het diepe van onze nodenfabriek, tot aan het punt waar ons verlangen (= zin in iets hebben) in elkaar wordt gezet. Verlangen heeft een richting en intensiteit. Dat werkt helemaal op salderen van gevoelens die mogelijke situaties die we ons voorstellen bij ons oproepen uit vorige ervaringen. Maar die doos met gevoelens verschraalt steeds meer. Zintuigen en spiergroepen, organen en ledematen – kortom alles waar neuronen inzitten die kunnen meten en doorgeven wat de toestand van dat lichaamsdeel op een bepaald moment is – worden toenemend minder in de waagschaal gezet bij de beregeling en manipulatie van onze concrete omgevingen. Ze werken minder, doorbloeden hun potenties minder, krijgen minder opdonders van het omgevende. Mensen hebben geen eelt meer op de handen, lopen geen dagelijkse verwondingen meer op, het is geen duwen en trekken, maar een beetje vingerwerk geworden, en ook daar wil men van af. Kortom die doos met gevoelens heeft geen verkeer meer, sommigen krijgen hem zonder drugs ook al helemaal niet meer open. Alles wordt beheerd en beheerst door specialisten, apparaten, regelingen, en manuals buiten ons en tussen ons.

Maar is het menselijke niet gedefinieerd als het vermogen aan iets een zin te geven? Is zingeving niet de enige strohalm van ieders bestaan? Dus is het immens belangrijk dat die gevoelsbak goed vol blijft stromen, en dat we die leren gebruiken. Het snijdt ook dubbel. Waarom? Kijk zonder goed verlangen loop je gauw verkeerd, want je richting is slecht en je vasthoudendheid is zwak, maar veel erger is nog dat je bevrediging als je bereikt wat je wou, slappe was is waar je gauw klaar mee bent. Er gaat dan niet veel door je heen, merkt bijvoorbeeld niet hoe lekker het was, of hoe prachtig het je voldeed, hoe vreselijk waardevol het je lijf maakte. En dus? Begin je maar weer aan het volgende.

Zie je het gevaar? Zie je nu waar de bergrem van genoeg schuilt? Zie je het geheim? Namelijk dat je leuk over gevoel kan praten, maar als je het niet hebt, weet je niet wat het is. Je kan er bijvoorbeeld heel gemakkelijk door te veel verstandelijke activiteit, door te veel kracht, of door een te beschermde omgeving, of door een omgeving die je er afkerig van maakt, van vervreemden of van isoleren. Ongemerkt vaak.
En dat is gebeurd. Langzaam maar zeker. Met uitvinding na uitvinding, organisatie na organisatie, regeling na regeling, weg na weg, hebben we die afstand en overmacht opgebouwd, en het blote contact afgebouwd. Een steeds grotere klasse van transactionisten heeft ons in ketens van specialisten gepositioneerd, die op elk gebied onze transacties stroomlijnen. Wentelend in gemak en weelde zijn we gevoellozer geworden. Dat maakt bijna onmogelijk, belet ons, om nog rustig te tijd te nemen om te voelen waar we zijn, en werkt in de hand dat we voornamelijk bezig zijn met te denken aan waar we straks heen moeten.

Overigens, dit is eerder gebeurd. Menig aanzienlijke familie en menig welvarende cultuur heeft zich op die manier geruisloos de das omgedaan en is geblinddoekt de beerput in geschuifeld. Anderen wisten zo’n destructie te voorkomen door hoe dan ook tijdig hun verlies te nemen d.w.z. du moment ze gevaar roken, vrij acuut terug te deinzen en andere wegen in te slaan. En na 5 pils het café te verlaten bijvoorbeeld. Is dat onzinnig? Nee, natuurlijk niet. Iedereen kan zich beperken als er maar genoeg breed intensief contact aan vooraf is gegaan aan de hand waarvan men richting kan voelen, en dan kordaat kan nastreven.
Dus: Maatgevoel ontwikkeling vereist blootstelling en dus een zekere beschikking hebben over een domein. Dat je op een domein/omgeving/ruimte bent aangewezen en er ook de hendels hebt om de processen in dat domein te beinvloeden. Dat je dus in zekere mate een autonome toegang hebt tot die processen. De huidige maatschappelijke ontwikkeling staat al tientallen jaren haaks op die trend. Dat betekent dat de meeste mensen – daar ze hun geheim niet meer practiseren – zich ook maar heel slecht kunnen voorstellen hoe optie a zou kunnen floreren, stabiel zou kunnen blijven, en dus een veilige uitweg zou kunnen blijven. Hooguit verzuchten ze nog: “Dat kan niet meer”, en halen de schouders op. De kous is af. Ze zien het niet werken.

§ 3.  Optie a aftasten

Maar toch, ik constateerde het al hierboven, we worden toenemend die fuik in gedreven !! Je merkt het aan steeds meer tegenstellingen in het taalgebruik als men over het klimaatprobleem praat. Vanzelfsprekendheden worden vaker im Frage gesteld, tijdslimieten worden vermorzeld, de schuldvraag wordt harder geopperd
Enkele stemmen :

  • “Ik ben niet tegen handel, maar tegen de huidige volumes. De ecologische systemen kunnen dat niet aan, alles sterft uit, ook onze toekomst. Het gaat over beschermen van een toekomst voor ons allen, en daarin zal een verlaging van de volumes een onverbiddelijk deel zijn”, zegt Meynen.
  • “Welvaart is gekoppeld aan de draagkracht van de aarde. Deze gedachte moet gemeengoed worden en er moet naar gehandeld worden. Het economische systeem is losgeraakt van het ecologische systeem en dit heeft verstrekkende gevolgen voor de toekomst. De westerse mens is toch wel heel decadent geworden. De samenleving verliest uit het oog wat echt belangrijk is…… ”, zegt Mady Meyer.
  • “Het hervormen van onze levensstijl is belangrijker dan onze keuzes her en der aanpassen”, zeggen Rick Stafford en Peter Jones,
  • “De schokkende realiteit van de klimaatverandering is zich aan het binnenwerken in het web van ons alledaagse leven, emoties, denkprocessen, relaties, hoop, dromen en angsten. Angsten over het verlies van dier- en plantensoorten en hun habitats, maar ook het verlies van onze manier van leven. Dat leidt tot meer constructieve vragen: waaraan willen we vasthouden….?” zegt Matthew Adams
  • “De verslaggever vroeg de minister of ze zich met haar pleidooi voor verdere groei niet een pyromaan bij de brandweer voelde. Haar antwoord is typerend voor de corrupte kortzichtigheid van de bewindslieden van Rutte III: ‘Anders missen we de boot in de concurrentie met andere vlieghubs.’ Wie kan het een mallemoer schelen dat Schiphol vluchten verliest aan buitenlandse luchthavens in een wereld waarin vliegen – op straffe van ecologisch Armageddon – sowieso een zeldzaamheid wordt? ………Het is om van te ontploffen!”, zegt Ewald Engelen op 20 feb; 2019.
  • “Accuut fossiele energie rationeren”, zeggen Bill McKibben en o.a. Ann Pettifor.
  • “Duurzame energie in een systeem duwen dat door fossiele brandstoffen wordt gedomineerd verandert de werking van dat systeem nauwelijks. Beloon de reductie van CO2, bestraf de uitstoot ervan”, zegt Van Soest.
  • “Given the mounting evidence that human activities drive global environmental change, there should be no need any more to prove the need for a rapid and deep change in the way human societies interact with the biophysical environment”, zegt G. Feola;
  • Op de vraag van Tine Hens (“Is er nog tijd voor systeemverandering?”), antwoordt Kate Raworth: “Eerst hebben ze het probleem ontkend, dan hebben ze beweerd dat het te vroeg is om te reageren, dat de technologie die nodig is, nog niet klaar is en nu zou het plots te laat zijn om fundamenteel transformatief te zijn? Dat klopt niet”.
  • "Je suis certain que nous allons désormais à une catastrophe dont notre histoire ne nous donne aucun exemple, si nous ne changeons pas au plus vite nos coutumes, notre économie et nos politiques", zegt Michel Serres.
  • "Er zijn geen 101 manieren om de klimaatopwarming te stoppen: men moet al wat CO2 produceert stilleggen, letterlijk en figuurlijk........De verspileconomie moet zonder uitstel plaats maken voor een klimaathersteleconomie", stelt Ronnie de Fossé
  • Ronals Rovers is helder en concreet. Die beroept zich op fysica, stelt dat alleen volhoudbaar is als we naar het productievermogen van ons land, en wat daar aan energie van boven wordt ingestraald, gaan leven. Volhoudbaar is ongeveer volgens hem, het welvaartsniveau van de zestiger jaren. Deel iedereen zijn rechtmatig landdeel toe, verbrand je geld, en doe als Cuba.
  • De Green New Dealers zeggen: “Draai de kraan met ongereguleerde kredieten dicht door het geglobaliseerde financiële systeem te herstructureren”

Ja, vraagt iedereen zich af, als je bereid bent meer te doen dan alleen energie-productie en energie-gebruik emissieloos te maken – bijvoorbeeld omdat je vermoedt dat we het daar niet op tijd mee gaan redden, vanwege welke obstructies of onverwachte ontwikkelingen dan ook – welke richting zou dat dan op kunnen gaan? En wat zijn daar de grootste hobbels om te nemen.
Natuurlijk ontleent dan iedereen primair richtlijnen aan voorkomen dat de uitstoot grenzen overschrijdt. Uitstoot wordt doelvariabele, en de gewenste waarde van die variabele wordt: ‘een stabiel evenwichttoestand tussen uitstoot en opname’. De laatste moet omhoog, de eerste drastisch en snel omlaag. Goed daar zijn quota uit af te leiden; Maar dan?
Vertaal je die onverkort naar alle werelddelen en sectoren volgens gelijke monniken gelijke kappen, en laat je de hele interactie-structuur verder ongemoeid? Of voorzie je zoveel beren op die weg dat je al gauw een heel andere economie-fabriek aan het verzinnen bent?

Wat zijn de eerste beren die dan onze gedachten gaan teisteren?

  • Iedereen zegt dat nationale economieën zich qua volumes en structuur niet laten remmen. Zodra we niet mondiaal volgen, worden we onder de voet gelopen, en gaan anderen onze zaakjes overnemen. Er zouden dus grenzen nodig zijn om dat te voorkomen. We zouden ons moeten afzonderen van de mondiale wedstrijd. Dat is de eerste beer waar we eigenlijk niet aan willen.
  • De tweede is dat we niet in beperken geloven. Er zouden op allerlei activiteiten dempers geplaatst moeten worden, en zulk afknijpen zien we niet werken. Het zou tegen de menselijke natuur gaan daarbinnen zijn leven te kunnen leiden. Het zou een kampleven zijn. Een gevangenis met cipiers. Sommige mensen gaan ook liever dood dan geen koffie meer te mogen drinken.
  • De derde beer is dat we vergroeid zijn met de huidige beroepenstructuur, allemaal specialist zijn, en een toekomst waarin we ons daarin niet door kunnen ontwikkelen heel moeilijk als waardevol en dus leefbaar kunnen voorstellen. We zitten allemaal op een pot, en zijn bang er van afgerukt te worden.
  • De vierde is angst voor instabiele structuren. Wie garandeert dat een nieuwe structuur die we gaan nastreven ons in sociaal rustig vaarwater brengt. Zullen we er niet ruziënd mee door het ijs zakken.

Dit zijn heel logische weerstanden die eigenlijk altijd opspelen als je levend in een groep die een bepaalde kant op gaat, begint te denken aan uitstappen of overstappen. Dus laat ik ze even rusten om er straks op terug te komen. Nu eerst verder uitwerken waar we naar kunnen overstappen. Misschien verdampen die beren dan vanzelf.

Die keus is namelijk niet groot meer als je even heel eerlijk over deze zaak nadenkt. Met Rovers – en met vele anderen – zeg ik, er valt niet veel meer te kiezen. Als we snel de uitstoot willen remmen én basische biologische processen executabel willen houden (plantengroei bijvoorbeeld zodat we geen honger krijgen), moeten we absolute economische prioriteit geven aan voedselvoorziening, energievoorziening, en leefbaar wonen. Al het andere is al niet meer haalbaar. Moet naar nul. Vergeet die economische activiteiten, en sluit die hekken. We moeten naar simpel overleven toe. De reddingsboot in, als het ware. Worden we momenteel rijper voor die sprong ?
Nu glashelder wordt dat het full-speed opsnellen, opschalen, opdelen en uitbreiden van wereldwijde transacties de pin uit de klimaatgranaat dreigt te schudden, is er hooguit nog één weg uit deze gribus: Heel verschrikkelijk hard remmen!! Grofweg: Al die internationale verbindingen bijna lamleggen, en ieder land op eigen kracht, met lokaal winbare energie, en met eigen middelen (land, grondstoffen, machines) zichzelf door de klimaatstorm laten loodsen.

Over dat mondiale hoor je vanuit klimaatoverwegingen zelden beperkingen prediken, want dat ligt gevoelig. Ik citeer Meynen: "Protectionisme is door nationalisme aangebrand". Maar binnenlands durven veel groepen en sommige onderzoekers al jaren ballonnen op te laten. Het verst uitgewerkt is dit in het denken over circulaire economie. Vroeger heette dat zelfvoorziening en kleinschaligheid. Er liggen al tientallen uitwerkingen in de la. De transactionisten wilden er nooit aan. Maar nu we door klimaat en ook wereldwijde bewustwording kordater die hoek in gaan gluren, ja, hoe nu die hoek concreter te configureren?
Hoe uit het gekkenhuis te komen van ons dagelijks wisselwerkingscircus waar ieder een taak vervult in grootschalige processen waar alles heen moet en alles vandaan moet. Gewoon eruit stappen? Gewoon het long-distance kettingproduceren en consumeren verlaten, en terugvallen op het organiseren van basisvoorzieningen op lokaal nivo? Oké, we kunnen nog langer wachten en verlamd door tegengestelde gevoelens op de anderen wachten, maar wordt het niet eens tijd te stoppen met rekenen? De logische weerstand vanuit ons denkend bewustzijn is gigantisch want wie leeft er niet van transacties. Het ging zo mooi allemaal. Alles ging steeds gemakkelijker en beter. De hele wereld toegankelijk. Tja, vanuit die gedachtegang – die stoel eigenlijk – is overstappen niet beredeneerbaar. Dus niet denken maar voelen. Trek de stekker uit de gifgasproductie. Dit is geen denkkwestie meer, maar een gevoelskwestie. We kunnen hier uit. Ieder die omdraait laat anderen zijn kont zien, zet daardoor de zaak in beweging. De toekomst met hen is toch verloren. Laat ze er alleen mee, en ze zullen je achterop komen.

Hola! Is dit niet een beetje gemakkelijk gedacht? Hebben de aarzelaars misschien toch gelijk niet te willen springen?

§ 4.  Optie a ontmijnen

We stuiten hier op de booby-trap van optie a. Namelijk: als je er geen andere carburateur in denkt, kom je er niet in, en krijg je niemand zo gek er in te springen. D.w.z. veel postcarbon denkers schetsen de overgang naar een simpeler basaler niveau van leven als een kwestie van langzaam gedwongen worden door (net als in oorlogstijd) een langzaam maar zeker schaars worden van long-distance input en van beschikbaarheid van fossiele energie. Maar die voorspelling klopt denkelijk niet. Zolang de wedstrijd rond het toegang krijgen tot esssentiele middelen van bestaan op basis van de huidige samenlevingsregels blijft draaien, wordt iedereen gedwongen elkaar met alle beschikbare middelen te beconcurreren, en dus zelf expansief te vernieuwen en daarmee lokale circulariteit op te blazen, om zich in de wedstrijd staande te houden .
Hun inschatting van een onvermijdelijke uittocht van de mensheid naar optie a is volgens mij wishfull thinking. Ik denk dat je wel degelijk aan de omgangsregels rond bezit en inkomen moet krikken, wil je het voor mensen mogelijk maken van fossiel af te zien en veel meer manueel en lokaal te gaan. Mensen moeten situaties zien zitten qua daar beschikbare middelen, qua stabiliteit, qua spelregels. In oorlogstijd moet je het leger in. Dat is verschrikkelijk, maar het is goed georganiseerd qua middelen, stabiliteit en spelregels. Dus kan het.

De makke van optie a is – en iedereen die ooit ruraal gegaan is weet dat donders goed – dat ruraal ruimte betekent, dat ruimte duur is, dat opbrengsten van die ruimte sterk kunnen fluctureren, en dat dus de vaste lasten je heel gemakkelijk de nek kunnen breken. Eigenlijk onmogelijk om in te stappen dus. Voilà hoe krijgen we optie a mentaal betreedbaar? Wat voor carburateur moet in die situatie geplaatst worden, wil ie kunnen zoemen, wil voor mensen voorstelbaar worden dat die reddingsboot goed uit zou kunnen pakken.

§ 5.  Optie a concreter configureren

Dan kunnen we op basis van het voorgaande nu de configuratie  van optie a beter inperken en afbakenen. Hoe kom je langs die weg op korte termijn in de richting van uitstootloos?

  • Ten eerste probeer zoveel mogelijk dringende omgang uit de economische wisselwerkingen te slopen. Dit kan door vooral op bezit te sturen – door activa in vrij gelijke porties toe te wijzen, en niet-stapelbaar (onverhandelbaar) te maken – en bijna niet meer op inkomen. Iedereen lichtelijk autonoom opstellen met een deken van middelen om zich heen is gezien het ‘geheim’ (zie hierboven) zowel de truc om inhaligheid en concurreren te dempen, als om bevrediging te boosten.
  • Ten tweede zo veel mogelijk transport uit de ketens wringen. Dit kan door individuen, groepen, regio’s zich zelfvoorzienend te laten inrichten. Energie kan lokaal gemaakt en gebruikt worden, via hout, zon, wind en vergassing. De natte cirkel kan zeer kort zijn.. Dit voorkomt verpakking, koeling en zwaar transport. Ook de meeste diensten kunnen plaatselijk gemaakt en gebruikt worden. In de graan en aardappel toevoer kan men iets meer transport dulden. En de materialen cirkel zal nog weer wijder moeten. Bussen, tractors, en treinen bijvoorbeeld Europees gestandaardiseerd produceren dicht bij grondstofaanvoer en recyclagecentra.
  • Ten derde zet de tering naar de nering. Dit kan door samen af te wegen wat belangrijk is voor voortbestaan en wat minder belangrijk is. Aan de hand van ruimte in de plaatselijke uitstootbalans kan men dan toehappen of afzien.
  • Ten vierde het gewicht van overheden, interveniërende en corrigerende structuren minimaal houden, zodat ze (a) de blootstelling en de vrijheid niet dempen, (b) geen hoge vaste lasten veroorzaken. Dit kan door iedereen zo op te stellen dat ze als vanzelf een gezamenlijke drive ontwikkelen. Zodat men elkaar kan reguleren. Dit kan door de mens directer te koppelen aan het essentiële productieproces in de leefruimte, en hem daar ook grotendeels het stuur in handen geven. Zo veel mogelijk, want natuurlijk moet er boven -- in samenwerkingsverbanden zoals overheden -- nog heel wat besloten en gecoördineerd worden over infrastructuur, gezamenlijke inputs, en diensten.

Als we hier de volgende algemene psychologische en sociale voorwaarden aan toe voegen, tekent zich een nog duidelijker configuratie van optie a af:

  • We moeten alles op alles zetten om hieruit te komen. Zo nodig ten koste van alle overbodige extra’s in onze huidige levensstijl.
  • We moeten samen trekken, dus moet iedereen willen en kunnen trekken.
  • Dus moet ieder mens meedoen. Dus iedereen moet blootstelling hebben. Niemand kan aan de kant blijven staan. Aan de kant is geen blootstelling en dus geen richting. Als zelfs enkelen onvoldoende richting hebben is er geen basis voor vertrouwen, en dus geen sociale cohesie. En die moet optimaal zijn: We moeten allemaal dezelfde kant optrekken. Massa’s sturen kost veel te veel. Ze moeten als vanzelf dezelfde kant op blijven lopen.
  • Dus ze moeten allemaal ongeveer dezelfde blootstelling hebben.
  • In deze strijd tegen een fatale klimatologische ontwikkeling moet iedereen wapens hebben om die ontwikkeling aan te pakken, om uitstootloos te gaan dus. Je moet mensen uitrusten om dat te kunnen. Het enige middel dat samen met zonlicht en regen alles kan maken wat de mens nodig heeft op een volhoudbare, uitstootloze manier, is land.
  • Tenslotte zeg je: wil je én zorgen dat ze allemaal kunnen meetrekken, dat ze allemaal de uitstootloze kant optrekken, én zorgen dat dat allemaal vanzelf uit hun hart komt, zodat je toe kan met minimaal bestuur en controle, dan geef je ze allemaal ongeveer dezelfde hoeveelheid land, onverhandelbaar, en onvoorwaardelijk, voor de duur van hun werkzame leven.

§ 6.  Optie a herevalueren

Completer kunnen we deze opstelling nu rijker evalueren. De kern van deze opstelling – namelijk mensen tussen hun 30ste en 60ste levensjaar een plek toe te wijzen – komt niet voort uit een vlaag van sociale verstandsverbijstering. Het is een weloverwogen uitkomst van een som met vier groepen variabelen.

  • groep 1: De psychologische: Je geeft mensen door ze een basisset van middelen van bestaan in handen te geven (a) zekerheden; (b) vrijheid; (c) uitdaging; (d) gebondenheid, bandbreedte, en dus stuur en richting; (e ) ontwikkelingskansen; (f) voortplantingsruimte; en (d) lichaamsslijtage waardoor ze op tijd kunnen sterven.
  • groep 2: De sociale: Je voldoet aan de menselijke behoefte aan gelijke behandeling en gelijke kansen, en tegelijk toch ook een behoorlijke zelfstandigheid te willen hebben. Dat laatste – het autonoom opstellen – voorkomt tevens dat mensen niet voltijds bezig hoeven te zijn met zichzelf voor te doen om anderen te beïnvloeden. Bij zichzelf blijvend kunnen ze beter hun gevoel voor hun situatie ontwikkelen. Een hart dus. Ook aan de behoefte een ander dood te laten vallen als ie het gewoon verrekt zijn broek op te houden, wordt voldaan. Door jongeren tot hun 30ste te laten spelen, leren, en helpen geef je ze ruimte rond te kijken, een partner te zoeken, smaak te ontwikkelen voor allerlei werk- en leefsituaties, en overzicht te krijgen over de werking van natuurlijke, economische, en sociale structuren. Door ouderen na hun 60ste een zelfstandige woonruimte toe te delen in dorpen waar vermarkting is, veel ambachtelijke activiteit, en alle diensten, kunnen ze hun levenservaring optimaal gebruiken om zichzelf gezond en goed te houden, en op allerlei manieren zinnigheid te vinden in het maatschappelijk leven om hen heen.
  • groep 3: De economische: Je sluit de voedselkringloop wat betreft groente, zuivel, vlees en fruit perfect klein, ook wat de reststromen betreft, als mensen er voor kiezen op hun plekje de plantaardige productie met enige dierlijke productie te verbinden. Ook onderwijs, meubilair, schoeisel, en kleding kunnen plaatselijk gemaakt en gebruikt worden. Grotere economische cirkels betreffen de graan- en aardappel-productie die op grote bedrijven vrij gesloten geteeld kunnen worden als men het daar combineert met enerzijds melkkoeien voor kaasproductie en anderzijds bemesting met riooloutput. Daarnaast bestaat de economie uit productie van bouwmateriaal, complex gereedschap en keukenmateriaal, en productie + onderhoud en uitbating van machines, apparaten en transportmiddelen. Daar zijn interregionale verbanden voor nodig.
  • groep 4: De ecologische: Iedereen staat gericht op het in evenwicht brengen en houden van uitstoot ↔ opname van broeikasgassen. Kijk, natuurlijk is het zo dat je door iedereen individueel zo dicht aan een stukje grond, wat planten, wat bomen en enkele dieren te koppelen, je optimaal bezig bent om de opname te boosten. De natuur heeft handen nodig. Veertig jaar geleden had elk dorpsgezin een flinke moestuin.Tuinen floreren op handen en aanwezigheid. Maar eigenlijk veel belangrijker is dat je de mens een spel in handen gooit dat zo intrigerend en inbeslagnemend is dat je hem daarmee uit de auto, uit zijn vliegtuigstoel, uit de sportschool, uit de eeuwige uitjes en vakanties, uit de winkelschappen, uit de games en ipads, uit het hele flikkerse energievretende mondiale wisselwerkingscircus sleurt. Daarmee demp je niet alleen hele grote mondiale stromen, en dus enorm veel uitstoot, maar tevens los je het macro-bestuursprobleem op waar we voor staan, namelijk, hoe krijg je en houd je mensen op één lijn, want we moeten die evenwichtsituatie nog eeuwen volhouden. Waarom los je dat met deze opstelling op? Dat bestuursprobleem verdampt omdat ieder in dat nieuwe spel ook nog eens zoveel indrukken en gevoel gaat opbouwen, dat je er gif op kan in nemen dat ie voor je het weet scherper in de gaten heeft dan wie dan ook wat wel kan en wat niet meer kan. Dus dat ieder kan zien, ruiken, en voelen hoe er samen gelopen moet worden om uit deze shit-storm te komen; wat elk moment de prioriteiten zijn. Zulke optimale sociale cohesie en waarde-convergentie kan de bestuurs-en beheersactiviteit die nodig is om er samen gecoördineerd aan te blijven trekken tot een fluitje van een cent maken. Elk individu pleegt voorzicht. De neuzen staan dezelfde kant op, én iedereen leert maat te houden. Overheden kunnen klein en overzichtelijk blijven, en zullen weinig behoefte hebben aan toegepast onderzoek.

§ 7.  Optie a kiezen

Welnu, waarom zou dit wel kunnen, en zijn bijvoorbeeld veel beter uitgewerkte plannen, minder stevig qua oplossingskracht voor deze situatie?
Omdat zij de bezitstransmissie-manieren met rust laten, en dus de bal bij de leiders en investeerders moeten leggen. Die moeten volgens hen in staat zijn om hun organisaties en hun vermogens als deel van de samenleving te zien, en oog te hebben voor de grenzen van de middelenbronnen in de omgeving. Terwijl die bronnen onverdeeld begraaibaar zijn? En stapelbaar blijven? Ziet u het voor zich hoe die leiders en investeerders zich dan kalm zullen willen beperken? Elkaar hoffelijk toeknikken en rustig op hun portie gaan wachten? No way!!
Ten tweede falen die plannen in het onder ogen zien van het feit dat je bij de massa niet via opleidingen en argumentaties waarden en zin kan importeren. Zodoende zal de proactieve trekkracht van die massa minimaal en verdeeld blijven, en een prima argument vormen voor de transactionisten om die zakkerigheid als argument te gebruiken om ze met brood, spelen en vangnetten rustig te houden, ten koste van een enorme uitstootintensiteit + ongezonde uitgezakte, kankerende bevolking.
Kortom, de genoemde plannen slopen de zuigers niet uit de huidige economie-fabriek, maar bouwen er zoveel blowers, dempers, en regelaars omheen dat iedereen die in de cabine even naar het dashboard kijkt duizelig wordt. Geen fiducie!

Kortom het is deze weg, of de weg van massa-migraties, internationale water-oorlogen, en dan einde verhaal na enorm veel lijden.
Dus, steek de handen uit de mouwen, beste vriendinnen en vrienden. Acuut. Dan volgt de rest vanzelf. Beweging brengt slaap, rust, en haalbare plannen.

j. nijssen, 2019