Publicaties 

 

In het voorjaar van 1990 krijgt mijn achting voor de spankracht van de natuur de eerste flinke deuk.

Sinds 1980 molk ik schapen, met de hand, en puur op gras. Er was zelden ziekte onder. Ik was waarschijnlijk niet onkundig want mijn schapen winnen wel eens een stamboekkeuring en ik kan zodoende al mijn lammeren meestal grif voor de fok verkopen.

melkschapenMaar dan komt het voorjaar van 1990 en begint een kleine lijdensweg. Op een warme groeizame ochtend  (na een paar regenrijke dagen) kom ik bij de kudde, liggen er een paar dood, en hebben de meeste lammeren dikke opgezwollen koppen. Als het probleem is opgelost, schrijf ik er een stukje over. Het komt in een krant. Zie bedreigd-schaap-pdf.

Geleidelijk wordt de asthma van mijn vriendin erger. We geloven niet in de oorzaken (huismijten, pollen) die door de deskundigen wordt opgevoerd. Het zijn versterkers, meer niet. De echte oorzaken zijn fijn stof, stikstofoxiden, en ozon. Als die waarden, meest tijdens mooi weer, volgens RIVM-meetgegevens stevig oplopen, kunnen we er de klok op gelijk zetten dat ze zwaarademig wordt en daarna ontstoken luchtwegen krijgt. Het wordt gaandeweg erger. 

Uit Europese luchtrapporten leren we dat beneden de Loire, dankzij de franse kernenergiecentrales,  de luchtkwaliteit veel beter is. Dus verhuizen we. Een gok, maar het werkt wel.

koeien schapenOp die boerderij zullen we 20 jaar blijven, en zij kan zomers en ‘s winters voluit meewerken. We hebben er een kudde koeien en een kudde schapen. Uit dank voor het aangenaam verpozen nemen we geen (kern)energie-aansluiting, maar leggen meteen een klein autonoom zonne-energiesysteem aan. Niet groot. Als er weer eens iemand zit te zeiken dat zonne-energie zo duur is, schrijf ik er een stukje over in de Trouw. Zie dure-zonne-energie-pdf.

Het broeikas-effect kende ik natuurlijk van de Rio-conferentie en Pier Vellinga’s artikelen daarover. Het gaat ondubbelzinnig voor me leven als in het najaar van 1995 zo’n 30% van mijn schapen gaat aflammeren. Allemaal gezond spul, dat wel, maar het tijdstip was een volslagen verassing.

Waarom waren die in godsnaam in juni boks geworden en wie had ze gedekt? Door de eeuwen heen wordt dit soort dieren pas eind augustus boks, en de kudde-ram had tot 1 september op stal gestaan.

Mijn conclusie: het veranderende klimaat had hun cyclus vervroegd, en de piepjonge zoons ‒ begin maart geboren ‒ dekten hun moeder. In latere jaren werd dit verschijnsel algemener.

koeien langerijZodoende begon me één en ander te dagen. Ondertussen begonnen veel deskundigen de rebellie bij de onmatige uitstoters te voeden door de invloed van de mens te betwijfelen, te ontkennen, of te relativeren. Dat stoorde me niet echt, omdat in alle gevallen overduidelijk was dat ze vanwege hun beroep of functie ‒ op mijnbouw-TH’s bijvoorbeeld ‒ binnen een vrij vernauwd blikveld existeerden en op die manier hun broek probeerden op te houden.

Dan komt de storm van 1999. Met stoten van 200 km/uur gaan in onze streek de meeste daken er aan, en wordt 20% van de bomen platgelegd. Ik zie ’s avonds uit het raam sommige exemplaren omgeven door dakpannen stroomafwaarts vliegen. De meeste boeren kost het zo’n vier jaar om daken te herstellen en bossen op te schonen. Daar wacht ik niet op. In het vakblad France Agricole waarschuw ik voor wat er komen gaat. Zie dérèglements-climatiques-pdf.

koeien hopieUit de sussende relativerende woorden van biologen, agronomen, en agrarische deskundigen in die tijd blijkt dat ze totaal geen notie hebben van de trillingen die het boerenleven van alledag, en dus de landelijke voedselvoorziening, beginnen te ontwrichten. Ik schrijf een lang epistel om die blindheid te signaleren, vooral om de maatschappelijke patstelling eromheen voor mezelf op een rij te krijgen.

Ondertussen worden de zomers heter en grilliger. Of het is dagenlang vloekend heet, of er is dagelijks onweer met veel stortbuien. Ik pas me aan. De aardappelen poot ik heel vroeg, rooi ze eind juni al om ziekten te voorkomen, en daarna kool nog te planten. weide aardappDe schapen weiden ‘s ochtends vroeg, en ’s avonds laat, maar liggen de hele middag in een loopstal. Met hooiland aflopen om met een hooivork natte sloeken omhoog te halen, of in de kopenden de wiersen mooi rond te leggen stop ik helemaal, want ik heb een paar keer gemerkt dat als je in de bloed-zon een paar minuten te lang buiten de tractor bent, het soms maar de vraag is of je er weer in kan komen voor je een zonne-steek aan je broek hebt. Ook wordt dors-combinen op sommige dagen in onze streek verboden, vanwege brandgevaar door de messen.

weide voorweiDesalniettemin schrikken we allemaal van de canicule van 2003. Ik niet echt. Ik merk al de eerste dag dat het voor de schapen gevaarlijk wordt. Sommigen zijn al om 11 uur dizzy en lopen zomaar stuurloos de bramen in als ik ze ophaal om naar de loopstal te gaan. Dus dat ga ik de tweede dag vervroegen. De derde dag schrijf ik een brief naar Le Monde om te waarschuwen voor sterfte. Zie canicule-pdf. Veertien dagen later blijken er 20.000 slachoffers te zijn, mensen bedoel ik, het vee wordt niet geteld. 

In 2005, we leven nog, kom ik na het middageten buiten en zie vanuit het Westen over de hele breedte een ongelooflijk smerige lucht aan komen. Nog nooit zoiets zwarts en bizars gezien. Het begint ook stevig te trekken. Ik ren het pad op om de schapen te gaan halen. Dat pad voert door een bos, daarna heb ik nog ongeveer 200 meter te gaan een steile helling op. Als ik halverwege ben, de wind trekt me al bijna plat dan, zie ik de kudde van boven naar mij toe komen rennen. Ze zijn dus zelf uit de wei aan de andere kant van de heuvel gebroken.

weide schaap valleiMaar dan begint er een striemende hagel te vallen, ik draai me verblind om, de schapen rennen langs me heen naar beneden in razende stampede, naar de kastanjelaan. Ondertussen wordt de hagel steeds groter. Ik zie stukken ijs als tennisballen naar beneden komen. Krijg er een paar op mijn hoofd, Het is alsof ik dreunen met een klophamer krijg. Tussen mijn handen zie ik een aantal schapen over de kop slaan. Drie blijven liggen en zullen niet meer opstaan. De hevige hagel duurt ongeveer 6 minuten.

Bijna alle daken in onze gemeente zijn hevig beschadigd. De tennisballen hebben zelfs daken van ijzeren golfplaten doorzeefd. En ziedaar, een klein uur grillig weer, betekent concreet dat de dakdek-bedrijven in de hele regio weer (zie storm 1999) vier jaar tot aan hun nek in de opdrachten zwemmen, en de meeste boeren al die tijd in zorg en ergernis om lekkende daken moeten leven plus al het geouwehoer met verzekeringen erom heen, niet te vergeten.

koeien stierHet wordt menens, snap ik, en trek mijn plan. Voor mij is op dat moment echt glashelder dat de burgerij, inclusief de vooruitstrevende intellectuele elite, rond klimaat bepaalde essentialia ontgaat, of in ieder geval dat hun specifieke brood-oriëntatie hun verbeeldingskracht op bepaalde punten reduceert. Zodoende doe ik wat koeien weg, en besluit het hele klimaatspook nog eens wat beter op papier te zetten.  Ergens moet het contact beginnen. Dit leidt tot het artikel Prioriteiten van klimaatbeleid.

Met dit artikel is de beslissingssituatie rond de opwarming in de breedte (qua aspecten die erop van invloed zijn of erdoor beïnvloed worden) en in de diepte (qua tijd) vrij compleet onder woorden gebracht. De reactie van Van Doorn (columnist Trouw) is exemplarisch: “Heel origineel woordgebruik, maar u haalt er zaken bij die er volgens mij niets mee te maken hebben”. Heerlijk toch?

koeien hooiRond 2005 beginnen diverse staatsorganen (KNMI, RIVM) met hun jaarlijkse publicatie “De staat van het klimaat”. Mijn reactie daarop is precies tegenovergesteld aan die van Van Doorn nl. dat ze de echt belangrijke zaken niet in hun voorstelling van zaken signaleren. Op het punt van de vraag naar energie vanuit de consument vragen ze zich niet af hoe de burger staat opgesteld, wat zijn bewegingsruimte is, hoe hij zijn prioriteiten stelt, en wat zijn ambities zijn. Ze presenteren enkele sectoriële groeitendensen en dat is het. Op dit punt is hun voorstelling van zaken armzalig deelmatig. Waarom vragen ze zich niet af welke opties hun werkgever (= de regering) open staan als die suicidale ongebreidelde uitstoot-attitude van de burgers ondanks alle voorlichting blijft aanhouden.Waarom trekken ze het hele blik van ellende dat met dit levensgevaarlijke vraagstuk samenhangt niet open?

Op een ander punt is hun voorstelling van zaken dan weer misleidend. WP 20180616 030De manier waarop aan de verschillende menselijke activiteiten hun aandeel in de uitstoot wordt toegerekend (en verweten) stoort mij enorm. Al jaren trouwens. Kijk even om u heen. Dan ziet toch een kind dat het gros van de maatschappelijke activiteit bezig is met grondstofwinning en transformatie voor, en ontwerp, fabricage, onderhoud, handel en marketing van de belangrijkste publieke verkeersmiddelen en het hele infrastructurele circus daaromheen. Maar al die diensten worden in de uitstootplaatjes en praatjes niet toegerekend aan de activiteit “rijden”, of “internet-gebruik”, of “vliegen”. Ze staan onder industrie, bouw, mijnbouw, diensten, onderwijs etc. Met de well-to-wheel bepalingen van brandstof is daarin wel iets verbeterd, maar ook daarin blijven de meeste afschrijvingen op installaties buiten schot.

Et voilà, hoort u ook het internationaal lucht-gezelschap voortdurend kraaien dat de luchtvaart maar voor 2,5% verantwoordelijk is, en al het transport tezamen voor 14%? Puur foutief volgens mij. Als het Wuppertal Institut in de Spiegel van 12-08-2017 (p. 54) vaststelt dat “In der Umweltbilanz eines Auto stammten 60 bis 70 Prozent des Ressourceneinsatzes aus der Herstellung, nur 30 bis 40 Prozent aus den laufenden Betrieb”. dan kunnen we enigszins inschatten hoe zoet de broodjes zijn die de burger over zijn gedrag worden opgediend, en hoe degene die wel tot gedragsverandering overgaat, besodemieterd wordt.

Maar goed. Zodoende besloot ik een paar korte maar kernachtige reacties te schrijven op die algemene voorstellingen van zaken. Zie Klimaat zoekt boer . En zie Voedsel en klimaat. En zie Naar een behoedzame aanpak van de opwarming. Vooral de eerste twee stukken vonden behoorlijk aftrek. Misschien ook omdat Al Gore tegelijkertijd in de bioscopen zijn stem verhief en stevig uithaalde.

weide winterDe jaren 2005-2010 waren vrij groeizaam. Soms wel uitzonderlijk nat. Maar er kwam hooi genoeg. Sommige wijsneuzen begonnen zich openlijk af te vragen waar nou toch die hevige opwarming bleef. Ik schreef er een heel kort antwoord op (Zie warmte-sinks-pdf), want ondertussen zag ik op mijn grondgebied eerst de dassen verdwijnen, toen de egels, en daarna de padden. Zwaluwen, vossen, zwijnen, en herten ‒ allemaal soorten die hier eeuwen en eeuwen gedijd hebben ‒ werden zeldzaam.

Na 2010 wordt het zienderogen nog erger. Door toenemend afwisseling van hitte en kou gedurende het vroege voorjaar worden ook heel robuuste en essentiële soorten uit het lood geslagen. Alles wordt voortdurend heen en weer gebeukt tussen te heet en te koud. Dit werkt op de hormonale impulsen van planten en dieren. Je ziet planten en bomen zich over de kop bloeien en dan de kou niet aankunnen. Wormen en slakken, wespen, hommels en bijen, ook de merel, de ekster en de mol, kunnen die afwisseling slecht aan, reproduceren slechter, en verdwijnen plaatselijk. Zelfs de bloei en vruchtzetting van basis gewassen (tarwe, druiven, appelen) wordt ontregeld. 

koeien boomWereldwijd worden bosbranden algemeen, tsunami’s, cyclonen, overstromingen frequent, en neemt de droogtegordel rond de kreeftskeerkring (23.5 breedtegraad) zienderogen toe, tot in Zuid-Spanje (op de 40ste), en recent in Kenya (op de 5de) aan toe... Met alle conflicten en vluchtelingen van dien. Tussen 2010 en 2015 schrijven we een boek over de sociale dimensie van de opwarming. Daarin analyseren we de sociaal-economische context van het k-probleem, en komen op het eind met het voorstel om er middels de AUTTOE-benadering korte metten mee te maken.

Zeven maanden voor de klimaatconferentie in Parijs ligt het in de winkel. Er is niet veel belangstelling voor. Mensen die het lezen vinden het te abstract. Uitgevers vinden het te ingewikkeld, niet smeuig genoeg, en onverkoopbaar.

Maar gelukkig voor ons, hebben we die desinteresse, net als de verheviging van de vluchteling-stromen, de toename van territoriaal besef, en het zich vastklampen aan technologie om de toekomst te verlengen, in het boek onder ogen gezien. Dat scheelt teleurstelling. Maar scheelt geen tranen. Waarom?

Omdat zo lang al die ogen en harten volledig georiënteerd staan op technische oplossingen, een collectieve oriëntatie op de mogelijkheden om via andere manieren van bezitstoedeling of mobilisatie de uitstoot op korte termijn te minimaliseren, niet op gang komt. Zodoende zal binnenkort de afwendbaarheid van de klimaat-chaos naar nul gaan. Want zoals ik in 2015 in een artikel  (De oriëntatie van het transitie-denken) signaleerde is de technische orientatie in zijn uppie om veel redenen olie op het vuur. 

zwemmen9That’s how every empire falls?

Wellicht, want om te wenden moet men eerst opstaan. En wie is bereid om op dit punt de kat de bel aan te binden? Al is het maar om openlijk rond te vragen: "Hoeveel miljard doden moeten er vallen eer u bereid bent samenlevingsregels in overweging te nemen die mensen meer ruimte bieden om heel weinig broeikasgassen uit te stoten?"

Niet veel mensen durven meer in die richting visies te opperen. Ook niet omdat de milieubeweging (zie De klimaatkoers van Groen) zich inhoudelijk vrij dicht heeft aangeschurkt tegen de zuiver technische klimaat-aanpak die door ecomodernisten, adaptisten (zie Welke strategie?), en de meeste regeringsleiders als zaligmakend wordt gepredikt. Ze worden tot de gok of ze het zo kunnen halen verleid door de belofte dat het ombouwen van de motor van de wereldeconomie haar volle vaart geen moment zal belemmeren. De containers, die moeten er door!! 

Het woord is nu aan het klimaat. En aan hen die kunnen en willen voelen hoe het begint te kraken. Zie Wenden.